In een paar columns (die nog aangevuld gaan worden) kijkt Martijn terug naar gemiste signalen uit het verleden.
Het uitblijven of vertragen van een (te late) diagnose kan leiden tot aanzienlijk lijden,fysiekeachteruitgang, psychische klachten, ziektemelding op het werk en verminderde kwaliteit van leven voor een patiënt die dan nog geen patiënt is, of behandeling krijgt voor een aandoening zoals bijvoorbeeld een onderliggende ziekte als Slaapapneu de eigenlijke oorzaak is.
Tijdige her- en erkenning van symptomen en interpretatie daarvan zijn van levensbelang.
Slaap is een belangrijk onderdeel van onze gezondheid en krijgt gelukkig steeds meer aandacht. Verstoorde slaap, gefragmenteerde slaap en het niet voldoende doorlopen van de slaapfasen gedurende de nacht hebben grote invloed op het functioneren en leven overdag.
Door de slaapstoornis slaapapneu, Obstuctief Slaap-Apneu (OSA) ontstaan tijdens de slaap herhaaldelijk ademstops (apneus) of erg oppervlakkige ademhaling, partiële obstructie of hypopneu genoemd.
Dit gebeurt doordat, gedurende de nacht de spieren in het keel-hals gebied ontspannen waardoor de tong en het zachte weefsel in dat deel van de luchtweg de luchtweg deels of geheel blokkeren.
Bij deze onderbrekingen van 10 seconden of langer (kan ook wel tot 1 of 2 minuten in extreme gevallen) kan dit leiden tot zuurstofafname in het bloed en daardoor Co2 stijging in het bloed met als gevolg een bewuste of veelal onbewuste wekreactie (Arousal of micro-arousals) in de hersenen. Hierin ligt de oorzaak van een gefragmenteerde, niet-herstellende slaap en aanpassingen van het hormoonsyteem in het lijf om te overleven.
Men spreekt van OSAS, Obstuctief Slaap-Apneu Syndroom als er sprake is van klachten overdag, zoals bijvoorbeeld vermoeidheid, verlies van concentratie, in slaap vallen tijdens inactiviteit.
Naast OSA en OSAS kan er ook sprake zijn van CSAS (Centraal slaapapneu) en UARS (Upper Airway Resistance Syndrome).
Onbehandelde Slaapapneu leidt tot ernstige gezondheidsproblemen zoals o.a. hogebloeddruk, verhoogd risico op een hartaanval, beroerte, ontwikkelen van diabetes type 2 en andere comorbiditeiten.
Aan wal (1998)
Gekookt eitje Mijnheer ?
Ik kijk naar lange blonde krullen en twee prachtige ogen. Van wat eens Miss World was geweest restte alleen deze twee kenmerken zich nog uit die tijd. De serveerster bracht mij een gekookt eitje en een vers gezet kopje koffie. Een mooi begin van de dag.
Nadat ik jarenlang op zeeschepen had gewerkt en daarmee de wereld had ontdekt, was de tijd aangebroken om de vaste wal op te zoeken. Niet dat ik dat echt wilde maar aan boord van het laatste schip waarop ik destijds voer kreeg ik een telefoontje dat het steeds slechter ging met mijn moeder die toen al 18 jaar kanker had. Ze wilde het mij niet vertellen, wetende wat mijn besluit zou zijn. Stoppen met varen om haar in deze fase weer te begeleiden. Dat deed ik met tussen pozen al vanaf mijn tiende en hoorde eigenlijk gewoon bij mijn leven. Kanker en mijn moeder waren samengevloeid tot één. Soms ging het beter, dan weer slechter. Met langzaam afnemende pieken en langzaam steeds dieper wordende dalen zoals de golven op zee, bijna altijd in beweging. De rimpelloze dagen werden gevierd. Mijn moeder was een vechter, een overlever. Elke keer na een verkeerde diagnose er weer voor gaan. Haar jongens op zien groeien dat gaf haar kracht. Het omgaan met vermoeidheid heb ik uit haar DNA overgenomen. Beide waren we vermoeid, maar ik kon toch niet zo vermoeid zijn als zij was met haar ziekte en behandelingen ?
Ik werkte hard en veel, al van jongs af aan. Geld verdienen voor als het mis zou gaan met haar en ik op eigen benen moest kunnen staan. Dat startte met tuinklusjes en auto’s wassen bij alle buren. Gevolgd door het meewerken op het land, aardappels met de hand rapen op mijn twaalfde. Zou nu waarschijnlijk niet meer mogen en ach dat kleine ventje moet de tuinder gedacht hebben, hij doet zo zijn best. Na twee weken had ik een fortuin verdiend en stond de helft op mijn spaarbankboekje. Voor het andere deel kocht ik een radiografisch bestuurbaar motorbootje. Mijn moeder kwam dan naast mij zitten, aan de bij ons huis aan het water gelegen zitkuil. Ze volgde mij en mijn varende bootje. Dat bootje had nog een bereik dat niet verder ging tot waar de afstandsbediening nog werkte. Die grens zocht ik toen al op en resulteerde dat in omlopen naar de andere sloot om gelegen op mijn platte buik het bootje uit het water te pakken en weer thuis te brengen. Daarna kreeg ik het inzicht dat als ik de afstandsbediening meenam het bootje gewoon verder kon varen en zo vergrootte we ons vaargebied.
Terug naar het ontbijt dat het resultaat is van een telefoontje naar een Marine Survey bureau in Rotterdam met mijn vraag of ik een paar dagen mee kon lopen om te bekijken af dat een mooie wal baan voor mij zou kunnen zijn. Het voorkomen van ladingschades bij het laden en lossen van zeeschepen en het achterhalen van de oorzaak van ladingschades die gedurende de reis ontstaan waren. De directeur van het bedrijf had dit hotel voor mij geregeld en zei dat het ontbijt door Miss World geserveerd zou worden en had mij een auto beschikbaar gesteld om een week mee te lopen met een Marine Surveyor. Meelopen werd op de eerste dag gelijk meewerken en aan het einde van de middag had ik een nieuwe baan. Regelde een extra woonruimte in Rotterdam om vanuit daar een tweede basis te hebben om vanuit daar door de weeks te wonen en werken. In het weekend kon ik dan in mijn huis de was doen, mantelzorgen en in de loop van de tijd ook de rapportages thuis uitwerken.
Twee intensieve mooie jaren volgde met veel reizen, schepen in Europeesche havens bezoeken en lange dagen maken. Na wat ziekenhuis opnames stabiliseerde de kanker bij mijn moeder zich in die periode weer. ’S Avonds was ik zo vermoeid dat ik vaak al om acht uur moest gaan slapen en vroeg weer vermoeid wakker werd met tintellende vingers. Waarom ik er vaak ‘s nachts uit moest om te gaan plassen, vermoeid wakker werd en tintelende vingers had zou pas veel later duidelijk worden.
Na twee jaar waren de vooruitzichten geweldig met zicht op een eigen kantoorruimte in Amsterdam, dicht bij Schiphol maar ik trok het niet meer. Het workaholic bestaan eiste bij mij zijn tol en besloot ontslag te nemen. Te vermoeid nam ik dit moeilijke besluiten en werd het tijd voor “een gewone negen tot vijf baan”.
Die vond ik op loopafstand van mijn huis waarbij ik tijd had om ’s ochtends mijn eigen eitje te koken en op zoek te gaan naar mijn eigen Miss World.
Burn-out (2004)
De zon komt rood op boven de horizon, geeft een eerste knipoog naar het begin van de dag. Ik kijk vanuit mijn kantoorkamer naar het Oosten en zie de zon langzaam omhoog kruipen tot hij een rode bol vormt die op de rand van de aarde ligt. De zon verlaat de stabiele rand van horizon en begeeft zich omhoog om vrijelijk aan haar baan rond de aarde te beginnen, in het deel van de hemel waar wij haar kunnen zien.
Een uur daarvoor ben ik, over de nog donkere wegen, naar kantoor gereden. Het alarm eraf gedaan en zoals vaker de lichtknopjes in de ‘aan’ stand horen klikken. Het nog lege kantoor voor mij alleen. Neem een kop koffie, start de computer op en overzie de keurig geordende stapeltjes papieren op mijn bureau. Keurig in pak en voorbereid op de bespreking bij een klant die ochtend trek ik mijn stropdas nog recht en daarna gebeurd het. Het is alsof alle ramen opeens uit hun sponningen waaien, alle papieren door de lucht vliegen en ik in huilen uitbarst als de regen bij een onweersbui. Schokkend en weer opnieuw stromen de tranen onbedwingbaar uit mijn ogen. Ik ben kapot en in mijn hoofd is het chaos. Kortsluiting, bliksemschichten, misselijk, zweten en dood vermoeid.
Als de eerste collega’s binnenkomen heb ik mij herpakt en zijn de druppels op mijn bureau weggeveegd. Natuurlijk liggen alle stapeltjes er nog keurig bij en zitten de ramen nog in de sponningen. De zon schijnt uitbundig maar van binnen zijn er alarmbellen afgegaan en heeft mijn lichaam mij laten weten dat het zo echt niet verder kan. De interne batterij is leeg en de platen sulfateren, maken contact met elkaar en zijn bezig de accu te vernietigen. Er komt geen spanning meer uit, zelfs niet om een heel klein lampje op te laten gloeien.
Ik weet niet wat er zichtbaar is voor mijn collega’s en verberg mij een beetje in mijn kamer. Begin als een computer staccato een lijst te maken met waar ik mee bezig ben en wat er nog gedaan moet worden. Op dat moment besef ik mijzelf wel al dat ik niet diegene ben die dat gaat uitvoeren. Om half twaalf stap ik met het lood in de schoenen naar mijn leidinggevende toe met de mededeling dat ik ermee ga stoppen, in goed overleg en dat ik doodop ben. Vervolgens bel ik de huisarts en maak een afspraak voor de volgende ochtend.
Die middag val ik om één uur in de middag thuis op de bank in slaap. In een diepe, diepe slaap waaruit ik kapot wakker wordt.
Na tientallen jaren vechten tegen vermoeidheid hebben lichaam en geest het opgegeven. Zijn het strijden beu en moest er blijkbaar op deze manier de stekker uit getrokken worden.
Volgens de huisarts heb ik een klassieke burn-out te pakken. Als donderslag bij heldere hemel. Voer voor de psycholoog en dus daar naartoe verwezen.
Achteraf bezien natuurlijk verklaarbaar omdat de koop, verbouwing en verhuizing naar ons nieuwe huis kort daarvoor afgerond was en na het door buffelen na de euthanasie van mijn moeder in maart 2004, die ik 24 jaar had bijgestaan in haar kankerproces, mijn lichaam en geest voldoende voor hun kiezen hadden gehad. Grenzen te veel verlegd en muurtjes gebouwd. Nee niet tijdens de verbouwing maar om mij heen. Hele andere muurtjes om te kunnen overleven bij een drukke baan, leuk sociaal leven en leven zoals dat van mij verwacht werd. Een half jaar voor de burn-out diagnose was ik minder gaan werken. 4 dagen per week in plaats van 5. Dat overleg met de werkgever ging moeizaam maar werd wel werkelijkheid.
Naar de Fysio en ontspanningsmassage ging ik al. De weken gingen zich vanaf nu anders vullen. Slapen, veel slapen, gesprekken met de arbodienst, eerstelijns psychologische gesprekken, plan van aanpak maken met de werkgever voor UWV, gesprekken met de werkgever en leidinggevende, voorzichtig wat thuiswerken, parkeerpas inleveren op het werk, antidepressiva slikken en daar al snel weer mee stoppen, wederom arboarts en huisarts gesprekken, overdracht werk dossiers en de mededeling krijgen om de auto van de zaak in te gaan leveren. 2e hands eigen auto kopen, Neurofeedback training starten, re-integratie opstarten bij een andere werkgever, bedrijfsaandelen moeten verkopen, Re-integratie project afronden en ontbinding contract werkgever met wederzijds goedvinden waardoor WW en solliciteren naar een nieuwe baan mogelijk zouden worden.
Toch nog een opdracht uitvoeren voor de directie van het bedrijf waar ik mijn re-integratieproject had afgerond. Dat streelde de eigenwaarde weer en gaf zicht op een nieuwe toekomst. Zo gaat de tijd snel voorbij en medio 2007 begon ik vol enthousiasme aan een nieuwe baan, niet wetende wat het leven verder voor mij in petto heeft.
160 in de eerste versnelling (2011)
De dag voor kerst is mijn laatste dag bij mijn werkgever. De middag daarvoor heb ik afscheid genomen van een hecht team collega’s met een etentje in een restaurant waar ik vaak kwam; de locatie voelde vertrouwd. Later hoorde ik van één van hen dat ik die middag al niet meer bereikbaar was: wel aanwezig, maar in gedachten afwezig. Ik speelde die avond de rol van de aardige collega, maar wist er eigenlijk geen raad mee. Het was zo’n leuke baan met veel mogelijkheden en nog zo veel goed werk te doen.
De bedrijfsarts had in één van de eerste gesprekken gezegd: “Maar Martijn, je rijdt 160 in de eerste versnelling… dat gaat niet, en zeker niet binnen deze organisatie.” Ondertussen had mijn lichaam geen energie meer en raakte de brandstoftank nu echt leeg. Al een paar jaar ging ik na thuiskomst direct naar bed en sliep ik veel. Vermoeid wakker worden was erbij gaan horen; na een half uurtje ging het meestal wel weer, maar de concentratie nam af en het werk stapelde zich op.
Waren mijn doelen te hoog gesteld? Trok ik het me te veel aan? Was ik te enthousiast in het begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt? Waarom won ik zo snel hun vertrouwen om samen de weg te bewandelen van ongelukkig en passief op de bank zitten naar – in een rustig tempo – ontdekken wat er wél kon? Met velen heb ik mooie reizen gemaakt door hen een luisterend oor te bieden, verdiepende gesprekken en een proces van vallen en opstaan. Die mensen hun eigenwaarde teruggeven en hen zien groeien, gaf mij voldoening.
Zelf lag ik die avonden echter uitgeteld op de bank met een hart dat van slag was. Dat voelde vreemd: het trilde en ik voelde druk op mijn borst. De frequentie nam toe en nam weer af. Prettig was het niet, en soms was het zelfs beangstigend. Ik herkende het uit het verleden; toen ging het ook vanzelf weer over.
Hoe ik bij die baan was gekomen, is een verhaal van dingen die op je pad komen. Misschien was het voorbestemd, of was het geluk om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn?
Na de beëindiging van mijn baan als Marine Surveyor ben ik me gaan oriënteren op wat ik echt leuk vond: mijn passie volgen. Dat had in ieder geval te maken met schepen en watersport. Je gaat denken, zet wat op papier, bekijkt vacatures en loopt op een gegeven moment bij een uitzendbureau naar binnen om te vragen naar watersport gerelateerd werk.
Er volgde een leuk gesprek met wat later niet een intercedente, maar de vestigingsmanager bleek te zijn. Zij noemde namen van bedrijven en ik vulde haar aan met watersportbedrijven die zij nog niet kende. We zouden er beiden over nadenken en elkaar een week later weer spreken. Dat liep anders: ik kreeg een telefoontje of ik op het regiokantoor langs wilde komen voor een oriënterend gesprek. Kort daarna begon ik voor de organisatie zelf te werken. Ik behaalde mijn intercendent diploma en ging mensen plaatsen in de watersport en (super)jachtbouw. Uit het landelijke bestand viste ik kandidaten om mee in gesprek te gaan en tuigde ik een netwerk op van meerdere watersport vestigingen.
Aanvankelijk ging het beter met mijn vermoeidheid. Het vele slapen en vermoeid wakker worden bleef, maar het werd een tweede natuur; de scherpe randjes gingen er wat vanaf. Ik ging er ’s avonds zelfs af en toe op uit naar het theater of livemuziek. Op de avonden dat ik me beter voelde, heb ik genoten met een grote G. Maar zelfs tijdens die sprankelende shows knikkebolde ik en moest ik vechten tegen de slaap. Toch gaf het ook energie.
Na een jaar bleek ik te ambitieus; ik wilde te veel en de organisatie was er intern nog niet aan toe om in zo’n nichemarkt te opereren. Ik besefte dat de combinatie van mensen en techniek goed bij me paste. Met mijn ervaring en een post-hbo-diploma op zak zag ik een vacature in Amsterdam voor een ‘Maritieme Consulent’. Eén en één was twee. Ik nam afscheid van mijn oude werkgever en verbreedde letterlijk en figuurlijk mijn horizon. Het bedrijf groeide en mijn ervaring paste daar goed bij.
In diezelfde periode vond ik mijn ‘Miss World’, die toevallig ook in Amsterdam woonde. We pendelden heen en weer: doordeweeks vaak in Amsterdam, in het weekend in Hoorn en op mijn zeilboot. De negen-tot-vijftijden werden weer ruimer genomen en alles leek goed te gaan. Ik groeide mee met de organisatie en veranderde van functie. Ik werd re-integratieconsulent voor mensen die op zee waren uitgevallen en terugkeerden naar werk aan de wal. Ook voor Defensie plaatsten we mensen bij de offshore of baggerindustrie.
Het vele reizen en het vroege autorijden eisten echter hun tol. Ik raakte uitgeput en kon het niet meer opbrengen om ook nog naar de vestiging in Rotterdam te rijden. Mijn nieuwe werkplek werd Den Helder, waar ik projectmanager werd voor nieuwe energieprojecten op de Noordzee. Daar trof mij de burn-out, waardoor ik plotseling aan de andere kant van de tafel terechtkwam. Ik werd gere-integreerd door mijn eigen collega; een vreemde situatie. Ik vond een mooi project bij de Haven van Amsterdam en het lukte om mezelf weer gelijdelijk op te bouwen van 3 uur naar 32 uur per week. Helaas was er na afronding geen formatie voor een vaste aanstelling. Een aanbod om als verkeersleider in ploegendienst te werken, was op dat moment te hoog gegrepen voor mijn energieniveau.
Daarna volgde een proces van solliciteren. Ik vond een baan als re-integratieconsulent bij een sociale werkvoorziening. Niet alleen mensen re-integreren, maar ook organisaties samenbrengen. De baan was gevonden, maar helaas nam de vermoeidheid geleidelijk weer toe. Het is een langzaam proces waarbij je achteraf ziet dat je steeds je grenzen verlegt om het vol te houden. De oorzaak kende ik niet, maar wederom moest ik het bijltje erbij neerleggen.
Was het psychisch? Volgens psychologen en coaches was ik te perfectionistisch, te betrokken en te enthousiast. Ook mijn jeugd en het opgroeien met kanker in de familie zouden een rol spelen. Er volgde zelfs een Alzheimer-onderzoek in het ziekenhuis omdat ik niet meer op namen kon komen, mijn geheugen deels gewist leek en ik soms verdwaasd voor me uit zat te kijken. De uitslag was ‘bijzonder’, maar gelukkig was het geen Alzheimer.
Er volgde een doorverwijzing naar een psycholoog en EMDR-therapie. In deze periode re-integreerde ik opnieuw bij de sociale werkvoorziening, ditmaal op de financiële afdeling. Maar wederom verliet ik het bedrijf omdat ik te vermoeid was. Vanuit de WW-periode begon ik eindelijk weer aan te sterken. De rust deed me goed en langzaam voelde ik de ambitie weer opborrelen. Ik was er klaar voor, dacht ik. Met hernieuwde moed begon ik aan een glansrijke nieuwe uitdaging in de wereld van de superjachtbouw. Alles wees op een frisse start: een prachtige sector, een uitdagende rol en een horizon die eindelijk weer helder leek. Maar terwijl ik vol gas de haven uitvoer, negeerde ik dat ene kleine lampje op het dashboard dat alweer zachtjes begon te flikkeren. Ik wist toen nog niet dat de zwaarste storm nog moest komen.
